home » omgeving en natuur » de loonse en drunense duinen
De Loonse en Drunense Duinen
Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen is een natuurgebied in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het is ruim 3500 hectare groot en is sinds 2002 een Nationaal park. Het park is enerzijds grotendeels een afwisseling van droge zandverstuivingen en naaldbos, maar ook de uitgestrekte beekdalzone van de zandlei hoort erbij. Hier ligt met name het natuurgebied De Brand bij Udenhout, met zijn afwisseling van hakhoutbossen, natte weilanden en moerasruigtes.Het totaal is meer dan 35 km² groot.
Het gebied wordt steeds meer omringd door grotere en kleinere steden en dorpen. In het noorden vinden we van west naar oost Waalwijk, Drunen, Nieuwkuijk en 's-Hertogenbosch. Dorpen aan de zuidkant zijn Loon op Zand , Biezenmortel, Helvoirt en Udenhout; op een kilometer of zes ligt Tilburg. Aan de korte westkant ligt Kaatsheuvel met attractiepark De Efteling.
Geschiedenis van het landschap
Het stuifzandgebied is in de late Middeleeuwen ontstaan. Het bestaat uit een hoger wat ruig en zanderig middengebied met een iets vruchtbaardere maar toch nog schrale rand eromheen. Tot aan de late Middeleeuwen kan het gebied bescheiden boerengemeenschappen voeden, maar in die tijd van betrekkelijke welvaart neemt de bevolkingsdruk toe, en wordt de kringloop van begrazing en bemesting fataal verstoord. Normaal gesproken eten de dieren gras en andere planten, en onttrekken zo energie aan het land. Via hun mest keert die energie weer terug in de bodem.
Het gaat mis als de boeren bomen gaan kappen en hun dieren steeds meer laten grazen in het ruige, hogere gebied. De mest verzamelen ze in potstallen, en ze gebruiken die om hun eigen akkers vruchtbaar te maken. Langzaam maar zeker onttrekken ze zo energie aan het kwetsbare middengebied, tot de plantenwortels die het zand vasthouden beginnen af te sterven. De bodem komt bloot te liggen en de wind voert het dunne vruchtbare laagje weg: het losse zand begint te stuiven. Als dit proces op gang is gekomen versterkt het zichzelf en is het bijna niet meer te stoppen. Het zand bedelft zelfs hele nederzettingen: de middeleeuwse dorpjes Efteling en Westloon liggen nog altijd begraven.
Vanaf de 14e eeuw worden er eiken geplant om het stuifzand in te dammen, en in de 18e en 19e eeuw probeert men het met dennen en helmgras. Tegenwoordig is het gebied stabiel en zijn er zelfs plannen om bomen te kappen, in het belang van dit voor Noord-Europa unieke stuifzand-landschap (men spreek wel van een 'atlantische woestijn'. Het landschap is erg gevarieerd, men vindt er naald- en loofbossen, zandvlaktes en tot vierentwintig meter hoge duinen. Aan de randen liggen fraaie weilanden en waterpartijen.
Toerisme
In de omgeving is logies genoeg te vinden, maar op twee campings na is het gebied zelf vooral geschikt voor dagrecreatie. Door en om het gebied liggen wandel- en fietspaden, daar waar vroeger wegen door het gebied liepen. Waar die routes het duingebied in gaan liggen al sinds mensenheugenis uitspanningen. Op mooie zondagen zijn de geasfalteerde paden soms zo druk dat men in file moet lopen en fietsen, vooral tussen Café De Rustende Jager bij Biezenmortel en 'De Drie Linden' in Giersbergen. Met de komst van een bewegwijzerd wandelknooppuntennetwerk, in april 2009, kan er gewandeld worden op de tot voor kort weinig gebruikte onverharde en kleine paden in het gebied. In het gebied zijn ook routes uitgezet voor gehandicapten, paarden, aangespannen wagens en mountainbikes. Tot begin jaren '90 was het noordoostelijk deel in gebruik als militair oefenterrein, en dit deel is wat minder toegankelijk voor toerisme.
De heiden, dennenbossen en stuifzanden zijn van nature betrekkelijk soortenarme gebieden. Dat ligt heel anders voor het Zandleigebied, waar zich in de hakhoutbossen op venige en lemige bodems zware kwel voordoet. Dat zijn prima omstandigheden voor een rijke voorjaarsflora met o.a. bosanemoon en gele dovenetel. Door het schone kwelwater is het zandleigebied en omgeving ook een voortreffelijk gebied voor amfibieën zoals grote populaties boomkikker, heikikker en kamsalamander. De das is met succes in dit gebied geherintroduceerd.
Het feit, dat dit Nationaal park meer en meer ingesloten raakt door bebouwing, betekent dat voor de fauna migratie steeds moeilijker wordt.
Beheer
Het Nationale Park wordt beheerd door Vereniging Natuurmonumenten, Het Brabants Landschap en De Duinboeren, alsmede door particulieren.
Het stuifzandgebied is in de late Middeleeuwen ontstaan. Het bestaat uit een hoger wat ruig en zanderig middengebied met een iets vruchtbaardere maar toch nog schrale rand eromheen. Tot aan de late Middeleeuwen kan het gebied bescheiden boerengemeenschappen voeden, maar in die tijd van betrekkelijke welvaart neemt de bevolkingsdruk toe, en wordt de kringloop van begrazing en bemesting fataal verstoord. Normaal gesproken eten de dieren gras en andere planten, en onttrekken zo energie aan het land. Via hun mest keert die energie weer terug in de bodem.Het gaat mis als de boeren bomen gaan kappen en hun dieren steeds meer laten grazen in het ruige, hogere gebied. De mest verzamelen ze in potstallen, en ze gebruiken die om hun eigen akkers vruchtbaar te maken. Langzaam maar zeker onttrekken ze zo energie aan het kwetsbare middengebied, tot de plantenwortels die het zand vasthouden beginnen af te sterven. De bodem komt bloot te liggen en de wind voert het dunne vruchtbare laagje weg: het losse zand begint te stuiven. Als dit proces op gang is gekomen versterkt het zichzelf en is het bijna niet meer te stoppen. Het zand bedelft zelfs hele nederzettingen: de middeleeuwse dorpjes Efteling en Westloon liggen nog altijd begraven.
Vanaf de 14e eeuw worden er eiken geplant om het stuifzand in te dammen, en in de 18e en 19e eeuw probeert men het met dennen en helmgras. Tegenwoordig is het gebied stabiel en zijn er zelfs plannen om bomen te kappen, in het belang van dit voor Noord-Europa unieke stuifzand-landschap (men spreek wel van een 'atlantische woestijn'. Het landschap is erg gevarieerd, men vindt er naald- en loofbossen, zandvlaktes en tot vierentwintig meter hoge duinen. Aan de randen liggen fraaie weilanden en waterpartijen.Toerisme
In de omgeving is logies genoeg te vinden, maar op twee campings na is het gebied zelf vooral geschikt voor dagrecreatie. Door en om het gebied liggen wandel- en fietspaden, daar waar vroeger wegen door het gebied liepen. Waar die routes het duingebied in gaan liggen al sinds mensenheugenis uitspanningen. Op mooie zondagen zijn de geasfalteerde paden soms zo druk dat men in file moet lopen en fietsen, vooral tussen Café De Rustende Jager bij Biezenmortel en 'De Drie Linden' in Giersbergen. Met de komst van een bewegwijzerd wandelknooppuntennetwerk, in april 2009, kan er gewandeld worden op de tot voor kort weinig gebruikte onverharde en kleine paden in het gebied. In het gebied zijn ook routes uitgezet voor gehandicapten, paarden, aangespannen wagens en mountainbikes. Tot begin jaren '90 was het noordoostelijk deel in gebruik als militair oefenterrein, en dit deel is wat minder toegankelijk voor toerisme.Flora en Fauna
De heiden, dennenbossen en stuifzanden zijn van nature betrekkelijk soortenarme gebieden. Dat ligt heel anders voor het Zandleigebied, waar zich in de hakhoutbossen op venige en lemige bodems zware kwel voordoet. Dat zijn prima omstandigheden voor een rijke voorjaarsflora met o.a. bosanemoon en gele dovenetel. Door het schone kwelwater is het zandleigebied en omgeving ook een voortreffelijk gebied voor amfibieën zoals grote populaties boomkikker, heikikker en kamsalamander. De das is met succes in dit gebied geherintroduceerd.
Het feit, dat dit Nationaal park meer en meer ingesloten raakt door bebouwing, betekent dat voor de fauna migratie steeds moeilijker wordt.
Beheer
Het Nationale Park wordt beheerd door Vereniging Natuurmonumenten, Het Brabants Landschap en De Duinboeren, alsmede door particulieren.